Info
Gepubliceerd op: 18 februari 2014
Details

Elk half jaar laat Pim Kraaikamp 150 eerstejaars studenten communicatie aan de HAN hun mobiele telefoon inleveren. Deze verdwijnen op maandag in een kluis en krijgen ze pas aan het einde van de week terug. De gezichten die de studenten trekken als de met telefoons gevulde kluis het lokaal verlaat spreken boekdelen: ‘ze kijken met verwilderde blikken als ik met hun telefoontjes wegloop.’ Het experiment is bedoeld om de studenten bewust te laten worden van hun gebruik en gedrag rondom telefoons.

Kraaikamp is een echte ervaringsdeskundige als het aankomt op een mobielloos bestaan: ‘Het duurt een paar dagen voor ze gewend zijn aan een leven zonder mobiele telefoon, terwijl er ook studenten zijn die echt niet zonder kunnen en hun oude Nokia afstoffen en weer gebruiken. Sommigen zeggen zich geen houding te kunnen geven in bepaalde situaties, zoals wanneer ze alleen op iemand wachten in een restaurant. Een mobieltje geeft vrouwen daarbij ook een gevoel van veiligheid: ze kunnen er iemand mee oproepen als ze zich bedreigd voelen. Een bijzonder verrassend resultaat.’

De verandering is duidelijk te merken bij de proefkonijnen. ‘Studenten zeggen voor het eerst een gesprek te voeren in de trein, we zien zelfs groepjes klaverjassen in de kantine. Vooral het intermenselijk contact (kletsen, red.) wordt op prijs gesteld; hier hebben ze opeens veel meer tijd voor. Een student die net op kamers was, gebruikte zelfs een ouderwetse kaart om de weg te vinden.’

Er was een student die meer dan 1000 Whatsapp-berichten had ontvangen in die vijf dagen. ‘Hoeveel tijd scheelt het ons als je daar niet meer naar om hoeft te kijken? Tegelijkertijd is het fijn om online te kunnen zijn in de bus. Een telefoon is zo de gaatjes-vuller van de tijd: het helpt tegen verveling, maar kost ook veel tijd. Tenminste, dat komt in elk verslag terug.’

Afbeeldingen
Download PDF